Dutch English French Spanish

Taxi Den Haag naar Brugge

Taxi Den Haag naar Brugge (Frans en EngelsBrugesDuitsBrügge) is de hoofdstad en grootste stad van de BelgischeprovincieWest-Vlaanderen en van het arrondissement Brugge. De stad, gelegen in het noordwesten van het land, is tevens de hoofdplaats van het kieskanton Brugge, telt zelf 4 gerechtelijke kantons, en is de zetel van het bisdom Brugge en van een hof van assisen.

Het historisch centrum is als middeleeuwse stad opgenomen op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Het is eivormig en ongeveer 430 hectare groot. De volledige gemeente heeft een oppervlakte van ruim 13.840 hectare, waaronder zo'n 1.075 hectare in zee, bij Zeebrugge. De stad telt circa 118.000 inwoners; ongeveer 20.000 daarvan wonen in het centrum. De inwoners van Brugge worden Bruggelingen genoemd.[1]

De economische betekenis van Brugge vloeit voornamelijk voort uit zijn zeehaven, Zeebrugge. Tevens is de stad een wereldberoemde toeristische trekpleister.

Geschiedenis[]

 Zie geschiedenis van Brugge voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De eerste tekenen van leven op het huidig Brugse grondgebied stammen uit de 2e eeuw n.C., toen er zich een Gallo-Romeinse nederzetting bevond. De naam van Brugge werd voor de eerste keer vermeld tussen 850 en 875. Tussen de 9e en 12e eeuw groeide de stad dankzij de belangrijke haven uit tot een internationaal handelscentrum. Even dreigde de haven in het gedrang te komen door de verzanding van het gebied tussen Brugge en de huidige kuststrook. Het ontstaan van het Zwin, de vaargeul tussen Brugge en de zee, in 1134 zorgde er echter voor dat de verbinding standhield.

In 1089 werd Brugge uitgeroepen tot 'hoofdstad' van het graafschap Vlaanderen en van de 13e tot de 15e eeuw kon Brugge gerust beschouwd worden als de economische hoofdstad van Noordwest-Europa. Door zijn belang als handelscentrum zag in Brugge het eerste beursgebouw ter wereld het levenslicht. Daarnaast werd ook de Waterhalle op de Grote Markt als ontmoetingsplaats voor handelaars gebouwd.

De 14e eeuw mag de Gouden Eeuw van Brugge genoemd worden. In die tijd telde de stad 46.000 inwoners. De binnenstad kreeg een tweede stadswal waarvan tot op vandaag enkele poorten de tand des tijds hebben doorstaan. Het Bourgondische vorstenhuis had van Brugge haar residentiestad gemaakt en trok heel wat uitmuntende kunstenaars aan, waaronder schilders en architecten. Dit resulteerde in een enorme verrijking van de stad op bouwkundig, artistiek en cultureel vlak. Het monumentale stadhuis is hier een mooi voorbeeld van, maar ook heel wat indrukwekkende kerken en huizen stammen uit die periode.

De dood van Maria van Bourgondië in 1482 zorgde echter voor een keerpunt en al gauw trok het vorstenhuis zich uit de stad terug. Het einde van Brugge als internationale handelsmetropool was in zicht. Antwerpen nam gedurende een eeuw deze rol over en Brugge raakte volledig in verval. De Spaanse koning was ook graaf van Vlaanderen van 1592 tot 1713; deze Spaanse heerschappij, gepaard met enkele godsdienstoorlogen, sleurde de stad steeds verder de dieperik in.

Daarna volgden een Oostenrijks bewind, een Franse annexatie, een herenigd Nederland en de Belgische onafhankelijkheid. Van 1600 tot 1885 behoorde Brugge tot de armste steden in de Nederlanden, waar de welvaart in het algemeen al zeer gering was. Ook de industriële revolutie bracht voor Brugge weinig verandering, want van industrialisatie was maar in beperkte mate sprake.

Uiteindelijk was het de roman Bruges-la-Morte van Georges Rodenbach die de stad opnieuw onder de aandacht bracht. In het boek werd Brugge als verarmd maar mysterieus voorgesteld en dit zorgde voor een plotse ommekeer in de internationale belangstelling. Het historisch patrimonium werd herontdekt en de bouw van de zeehaven in Zeebrugge in 1896 zorgde ook op economisch vlak voor een heropleving. De tentoonstelling van de Vlaamse Primitieven in 1902 was het startschot voor de sterke culturele en toeristische ontwikkeling die de stad sindsdien kenmerkt.

Tijdens de twee wereldoorlogen bleef Brugge zo goed als volledig gespaard van vernielingen. In 1971 werd het grondgebied van de stad aanzienlijk uitgebreid door een fusie met de omliggende randgemeenten en in 2000 kwam de binnenstad op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO te staan. Tijdens het jaar 2002 werd Brugge tot culturele hoofdstad van Europa uitgeroepen.

Bezienswaardigheden en toerisme[]

Brugge is op vandaag vooral bekend als een historische stad met veel cultureel erfgoed. Het historisch centrum is goed geconserveerd. Het huidige uitzicht van de binnenstad werd echter sterk beïnvloed door de belangstelling voor de neogotiek in de 19e eeuw. Veel gebouwen werden toen verfraaid, gerestaureerd of herbouwd in een neogotische stijl.[5] De reien, de geschiedenis, de archeologische vondsten, maar ook de winkelstraten lokken dagelijks heel wat mensen naar deze stad. Per paardenkoets, met City-Tourbusjes of met bootjes op de reien kan de Brugse binnenstad verkend worden.

Voor het verblijfstoerisme telt de binnenstad zo'n 100 hotels, goed voor meer dan 8.300 bedden. De jeugdlogies zijn goed voor nog eens ruim 1.300 bedden.[6] In 2013 telde men in Brugge zo'n 1,04 miljoen aankomsten, waaronder circa 22.500 in Zeebrugge, en ruim 1,86 miljoen overnachtingen, waaronder circa 40.000 in Zeebrugge.[7] In vergelijking met andere grote Vlaamse steden vertoont een kleiner aandeel hiervan een zakelijk karakter, al blijkt dit aandeel de laatste jaren wel toe te nemen.

Het autoverkeer wordt zo veel mogelijk uit het centrum van de stad geweerd. De snelheidsbeperkingen (30 km per uur), een ambitieus lussenplan, veel eenrichtingsverkeer (twee richtingen voor fietsers) en randparkings moeten van Brugge een aangename wandel- en winkelstad maken.

De aanwezigheid van horecazaken en winkels verdringt evenwel gedeeltelijk de woonfunctie in de binnenstad.

Elk jaar gaat op Hemelvaartsdag de Heilig-Bloedprocessie rond in Brugge. Hierbij wordt de relikwie van het Heilig Bloed, die Diederik van de Elzas vanuit Jeruzalem naar Brugge zou hebben gebracht, vereerd door de stad. De processie bestaat uit drie gedeeltes: de Bijbel, de geschiedenis van het Kostbaar Bloed en de prelatuurstoet met de relieken. Een andere grote stoet die in Brugge wordt gehouden, is de Gouden Boomstoet. Deze vijfjaarlijkse praalstoet werd in 1958 gecreëerd met als centraal gegeven de "Wapenpas van de Gouden Boom", die in 1468 op de Brugse Markt werd gehouden ter gelegenheid van het huwelijk van Karel de Stoute en Margaretha van York.

In 2002 was Brugge culturele hoofdstad van Europa. Naar aanleiding hiervan werd onder andere een nieuw multifunctioneel concertgebouw opgetrokken, dat de stad internationaal weer op de culturele kaart diende te zetten.

Brugge is tevens het centrum van een van de Vlaamse toeristische regio's: het Brugse Ommeland.