Dutch English French Spanish

Berlijn

Berlijn (DuitsBerlin) is de hoofdstad van Duitsland en als stadstaat een deelstaat van dat land. Met 3.437.916 inwoners[1] is Berlijn tevens de grootste stad van het land en de op één na grootste stad in de Europese Unie. De stad ligt in het noordoosten van Duitsland, aan de rivier de Spree en wordt omsloten door de deelstaat Brandenburg, waarvan ze sinds 1920 geen deel meer uitmaakt.

In zijn geschiedenis, die teruggaat tot de dertiende eeuw, was Berlijn de hoofdstad van Pruisen (1701–1918), het Duitse Keizerrijk (1871–1918), de Weimarrepubliek (1919–1933) en nazi-Duitsland (1933–1945). Na deTweede Wereldoorlog was Berlijn gedurende meer dan veertig jaar een verdeelde stad, waarbij het oostelijke deel als hoofdstad fungeerde van de Duitse Democratische Republiek en West-Berlijn een de factoexclavevan West-Duitsland was. Na de Duitse hereniging in 1990 werd Berlijn de hoofdstad van de Bondsrepubliek Duitsland en de zetel van het parlement, de deelstaatvertegenwoordiging en het staatshoofd.

Berlijn is een metropool en geldt in Europa als een van de grootste culturele, politieke en wetenschappelijke centra.[2][3] De stad is ook bekend vanwege het hoog-ontwikkelde culturele leven (festivalsnachtleven, musea, kunsttentoonstellingen enz.) en de liberale levensstijl, moderne Zeitgeist en de lage kosten. Bovendien is Berlijn een van de groenste steden van Europa: 22% van Berlijn bestaat uit natuur en parken en 6% uit meren, rivieren en kanalen.[4]

Geschiedenis

 Zie Geschiedenis van Berlijn voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Stichting en ontwikkeling in de middeleeuwen[bewerken]

Oorspronkelijk bestond Berlijn uit twee steden: Berlijn en Cölln. De naam Berlijn is mogelijk afgeleid van het Slavische woord 'berl', dat moeras betekent. Cölln is afgeleid van Colonia. Hiermee kan een kolonie van Berlijn bedoeld zijn, maar het zou ook een herinnering van de eerste bewoners aan hun stad van herkomst kunnen zijn, namelijk Keulen.

Rond 1230 hebben de graven Johan I en Otto III de stad Berlijn-Cölln gesticht. Helaas zijn de aktes van de stichting niet bewaard gebleven. De eerste keer dat ze genoemd worden is 1251 voor Berlijn en 1261 voor Cölln. In 1307 besloten de twee gemeenschappen samen te gaan en in 1400 hadden de plaatsen in totaal ongeveer 8000 inwoners.

Al vóór de stadsstichting moet er echter bewoning zijn geweest. Op de Petriplatz werden in 2008 resten van een houten balk gevonden, afkomstig van een eik die in 1192 moet zijn gekapt.[5]

Stadsaanzicht van Berlijn in 1688

Beide stadsdelen sloten in 1307 een verdrag tot betere en verdergaande samenwerking, maar beide delen behielden een aparte bestuursraad. De nauwe samenwerking was bittere noodzaak in de roerige tijden die volgden. De stad werd nu als eenheid gezien en vormde een stevig bolwerk in de tijd dat nieuwe heersers uit onder andere Beieren hun oog op Berlijn-Cölln hadden laten vallen. Dorpen in het noorden en zuiden van de stad werden opgekocht en bij de stad gevoegd en Berlijn-Cölln werd Hanzestad.

Vanaf 1319 werd er lang en bloedig gestreden om het gebied Brandenburg door diverse vorstenhuizen. In 1411 smeekte de bevolking de keizer van het Heilige Roomse Rijk om hulp. In 1415 werd Frederik van Hohenzollernop het Concilie van Konstanz door koning Sigismund benoemd tot keurvorst van Brandenburg; dit vormde het begin van de 500-jarige heerschappij door de Hohenzollern-dynastie.

Vroegmoderne tijd

De beroemdste straat in Berlijn werd reeds in 1647 ontworpen. Om een betere verbinding met de Tiergarten te bewerkstelligen werd vanaf de Hundebrücke een laan aangelegd met zes rijen linde- en notenbomen, Unter den Linden. Echter door de aanleg van de vestingwerken werd de laan in 1673 naar zijn huidige vorm verlegd.

Door de kroning van keurvorst Frederik III tot koning Frederik I van Pruisen in 1701 kreeg Berlijn de status van hoofdstad van Pruisen, een rol die het overnam van de stad Königsberg.

Aan het einde van de negentiende eeuw zorgde de snelle economische groei (dankzij Duitslands industrialisatie) voor een toename van de stedelijke bevolking. Tussen 1819 en 1840 groeide het inwonertal van 201.000 naar 328.000 en nieuwe huisvesting was derhalve nodig. De enkele onbebouwde stukken binnen de oude stadsmuren werden in hoog tempo volgebouwd. De aanwezige weides in het noordoosten en zuidwesten werden eveneens voor bebouwing aangewend. Het plan voor de wijk Köpenicker Feldontstond reeds in 1825, maar werd vanwege beperkte middelen ten behoeve van schadeloosstelling van de landbouwers pas in 1840 verwezenlijkt. De oude wegenstructuur bleef behouden en nieuwe straten werden dusdanig aangelegd dat vierkante stukken bouwgrond ontstonden, diagonaal doorsneden door de oude straten.

Op 18 januari 1871 stichtte Otto von Bismarck het Duitse Rijk met Berlijn als rijkshoofdstad.

Weimarrepubliek en Tweede Wereldoorlog

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd in 1918 in Berlijn de republiek uitgeroepen. In 1920 werden meerdere steden en gebieden rond Berlijn geannexeerd conform de Groß-Berlin-Gesetz. Het nieuwe Groot-Berlijn telde toen bijna 4 miljoen inwoners. De stad was een bruisende metropool in deze periode, met een gevarieerd uitgaansleven waar plaats was voor uitbundig theater en experimentele cinematografie. Zo maakte Fritz Lang in 1927 in de filmstudio's van Babelsberg in Potsdam de duurste film van zijn tijd, Metropolis.

Na de machtsgreep van de nationaalsocialisten in 1933 werd Berlijn de hoofdstad van het Derde Rijk. De nazi's gebruikten in 1936 de Olympische Zomerspelen in Berlijn voor propagandadoeleinden. Er waren ook plannen om Berlijn tot de Welthauptstadt van het Germaanse Rijk om te bouwen. Dit ging niet door als gevolg van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In april 1945 vielen de troepen van de Sovjet-Unie Berlijn binnen. Straat voor straat moest de stad veroverd worden. Tienduizenden soldaten en burgers kwamen hierbij om het leven. Adolf Hitler pleegde op 30 april 1945 zelfmoord in een bunker onder Berlijn. Een paar dagen daarop capituleerde Duitsland.

De verwoestingen in de Slag om Berlijn aan het eind van de Tweede Wereldoorlog waren enorm. Door deze schade en de sloop van de stadsmuren en grachten in de 19e en 20e eeuw was de grandeur van de stad Berlijn verdwenen.

Opdeling

Berlijn werd na afloop van de Tweede Wereldoorlog bezet door de geallieerde troepen van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Tijdens de Conferentie van Potsdam in 1945 werd Berlijn, net als de rest van Duitsland, in vier sectoren verdeeld: een Sovjet-, een Amerikaanse, een Britse en een Franse sector. Berlijn werd het brandpunt van de Koude Oorlog, aangezien de stad midden in de Sovjet-bezettingszone in Duitsland lag. Al snel gingen de drie kapitalistische sectoren (de Franse, Britse en Amerikaanse sector) meer samenwerken; de Sovjet-Unie zette een afwijkende politieke lijn uit.

Op 24 juni 1948 blokkeerden de Sovjetautoriteiten de westelijke sectoren in de hoop de hele stad te annexeren. Het was voor mensen uit de drie westelijke sectoren verboden door de sector van de Sovjet-Unie te reizen. Omdat de sectoren van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten als een eiland in de Sovjetsector lagen, was het niet mogelijk deze gebieden over land van goederen te voorzien. De westelijke geallieerden reageerden daarop door een luchtbrug in te stellen: alle goederen die de stad nodig had werden met vliegtuigen aangevoerd. Op 12 mei 1949 werd de blokkade opgeheven.

In 1949 werd tevens de Bondsrepubliek Duitsland (hoofdstad Bonn) opgericht, bestaande uit de Franse, Engelse en Amerikaanse sector. De Sovjet-sector werd omgevormd tot de Duitse Democratische Republiek (DDR). De DDR kreeg een communistische regering en Oost-Berlijn werd, tegen de gemaakte afspraken in, hoofdstad van de DDR. Het bestuur van Berlijn was al in 1948 gesplitst toen de verkiezingen voor de magistraat van Berlijn in Oost-Berlijn verhinderd werden. Oost-Berlijn stelde een eigen, niet door verkiezingen gelegitimeerde magistraat in. Na de stichting van de Bondsrepubliek nam West-Berlijn vrijwillig alle wetten over van de Bondsrepubliek, en werd beschouwd als een deelstaat daarvan. West-Berlijn was in deze tijd niet de hoofdstad van de Bondsrepubliek. Ook was er geen dienstplicht in de Bundeswehr en West-Berlijnse afgevaardigden in de Bondsdag hadden er geen stemrecht. Dat eerste maakte het aantrekkelijk voor jonge mensen om in West-Berlijn te wonen, omdat hier geen dienstplicht was. Tot 1962 had ook Oost-Berlijn een aparte status binnen de DDR. Vanaf dat jaar gold de dienstplicht van de DDR ook voor inwoners van Oost-Berlijn.

Steeds meer DDR-burgers vluchtten naar West-Berlijn. Om deze vluchtelingenstroom tegen te houden besloot de DDR in 1961 West-Berlijn te isoleren. In de nacht van 13 augustus 1961 werd een grens opgetrokken rondom West-Berlijn. Al snel werden deze prikkeldraadversperringen vervangen door een muur. Iedereen die probeerde vanuit Oost-Berlijn naar West-Berlijn te vluchten, werd neergeschoten. Er waren slechts een paar doorgangen, die het onder andere voor westerse toeristen mogelijk maakten Oost-Berlijn voor een dag te bezoeken. Hiervan is Checkpoint Charlie een bekend voorbeeld. Op 26 juni 1963 bracht de Amerikaanse president John F. Kennedy een bezoek aan West-Berlijn, mede om de bewoners daar een hart onder de riem te steken, en hij hield er zijn wereldberoemd geworden toespraak Ich bin ein Berliner!”

Hereniging

Aan de deling kwam een einde toen in 1989 de ontevredenheid in de DDR zo groot werd, dat het regime er geen grip meer op had. Op 9 november 1989 werd de muur door demonstranten langzaam afgebroken. Hiermee werd de grens tussen Oost- en West-Berlijn na jaren van scheiding geopend. Op 3 oktober 1990 werd Duitsland officieel herenigd. Hierbij traden de Oost-Duitse deelstaten, die in 1952 waren afgeschaft en in 1990 heropgericht werden, tot de Bondsrepubliek toe als 'nieuwe deelstaten', werden West-Berlijn en Oost-Berlijn samengevoegd tot één deelstaat en werd Berlijn ook weer de hoofdstad van Duitsland. In 1991 werd de beslissing genomen de regering naar Berlijn te verhuizen, hetgeen in 1999 daadwerkelijk gebeurde. Berlijn heeft tegenwoordig dus de titel Bondshoofdstad van Duitsland.

Oost-Berlijn had zich na de oorlog heel anders ontwikkeld dan West-Berlijn. Pas na de val van de Muur werden de door de oorlog beschadigde woonwijken in Oost-Berlijn opgeknapt. Veel gebouwen zaten nog vol met kogelgaten uit de Slag om Berlijn. De stad zocht naar de sfeer van de jaren twintig, voor de Tweede Wereldoorlog. Vandaag de dag is Berlijn een stad met 3,4 miljoen inwoners van allerlei komaf.