Dutch English French Spanish

Bergen op Zoom

Bergen op Zoom ( uitspraak(info / uitleg)) (BergsBerrege) is een stad in de Nederlandse provincie Noord-Brabant en de hoofdplaats van de gemeente Bergen op Zoom. Op schrift wordt de naam soms informeel afgekort tot BoZ.

Geschiedenis

Ontstaan en ontwikkeling

In de Romeinse tijd bevond zich ter hoogte van de huidige Sint-Gertrudiskerk een offerplaats waarvan een groot aantal mini-amforen is teruggevonden. Ook zijn er Romeinse munten, een Keltischezegelring en een beeld teruggevonden van de Keltische god Sucellus. Mogelijk heeft daarbij op de plaats van deze kerk een tempel gestaan.[2]

De stad is ontstaan op een zandrug in een veengebied dat naar het westen overging in de Scheldedelta. Het veengebied ten oosten van de zandrug werd in het begin van de 13e eeuw ontgonnen. Ter ontwatering doorgroef men de zandrug met een kanaaltje, de Grebbe genaamd, dat door het stadsgebied ter hoogte van de huidige Korenmarkt liep tot aan de Haven. Ter plaatse van de huidige Markt kwam een aantal landwegen samen: de huidige Steenbergsestraat/Fortuinstraat, de Wouwsestraat/Zuivelstraat en de Korte Bosstraat/Hoogstraat. Aldus ontwikkelde zich de stad, die voor de Hertog van Brabant van belang was als vooruitgeschoven bastion tegen de expansie van het Graafschap Zeeland en het Graafschap Holland.

De stad Bergen op Zoom maakte aanvankelijk deel uit van het Land van Breda en werd dus tot die tijd bestuurd door de Heer van Breda. Toen heer Arnoud van Leuven in 1287 overleed werd het Land van Breda gesplitst in twee afzonderlijke heerlijkheden. Deze splitsing kwam voort uit het erfrecht en de verdeling tussen de nakomelingen van twee dochters van Godfried III van Schoten, zie bij de Baronie van Breda. Aldus ontstond het land van Bergen op Zoom, met de stad Bergen op Zoom als kern. In 1533 werd deze heerlijkheid verheven tot een markgraafschap (markiezaat), waarmee deze formeel een hogere rang verwierf dan de Baronie van Breda. Haar feitelijk belang werd daarmee echter niet groter. Kerkrechtelijk behoorde Bergen tot het prinsbisdom Luik; twee telgen van het geslacht Van Bergen brachten het tot prins-bisschop van Luik:Cornelis van Bergen en Robert II van Bergen. De leden van het geslacht Van Glymes vervulden diplomatieke functies, en fungeerden tevens als Heren en Markiezen van Bergen op Zoom.

In 1801 werd het markiezaat Bergen op Zoom aangekocht door de Bataafse Republiek en verloor het al zijn rechten.

Handelsstad

Tussen 1198 en 1212 kreeg Bergen op Zoom stadsrechten. Wanneer de stad deze precies heeft verworven, is onduidelijk omdat de stadsarchieven bij een grote stadsbrand in1397 verloren zijn gegaan. Omdat de oudste (indirecte) verwijzing naar Bergen op Zoom als stad uit 1213 stamt, bestaat het vermoeden dat stadsrechten al aan het begin van de 13e eeuw verkregen zijn. De stadsbrand van 1397 verwoestte bijna de hele stad.

In het soetste van de meye

Was tot Bergen groot geschreye,

't verbrande alle stocken, staecken

behalve Olifant en Draecke.

Het betrof twee huizen, De Olifant en De Draeck, aan de Grote Markt. Het huidige Hotel de Draak, aan de Grote Markt 38, is gevestigd in een pand uit 1500 dat het resultaat is van een ingrijpende verbouwing. De met tongewelven overdekte kelders stammen nog uit het 14e-eeuwse pand. De Olifant, ter rechterzijde grenzend aan De Draak, was een poortgebouw over de Sint-Annastraat en werd in 1544 aangekocht en bij het Stadhuis van Bergen op Zoom gevoegd.

De eerst bekende ommuring van de stad werd van 1330-1335 gebouwd. De ommuring had een ronde vorm die nog terug te vinden is in de loop van de huidige Westersingel, Noordsingel, Van de Rijstraat, St.-Josephstraat, Kloosterstraat, en Koepelstraat. Er waren vier stadspoorten, waarvan uiteindelijk slechts de Lievevrouwepoort werd bewaard, daar deze als gevangenpoort dienst deed. Op 7 mei 1397 brandde de stad bijna geheel af. De eind 14e eeuw ten noorden van de Grebbe aangelegde Nieuwe Markt (het huidige Sint-Catharinaplein) kreeg omstreeks 1400 de functie van vismarkt. De Grebbe raakte geleidelijk aan steeds meer overkluisd.

In 1444 legde een brand opnieuw een groot deel van Bergen op Zoom in de as. In 1482 kwam de Korenmarkt tot stand, gevolgd door straten als Roskamstraat en Lindebaan.

Buiten de muren, ten westen van de binnenstad, ontstond het Havenkwartier. Van 1484-1491 werd het havenkwartier omwald. Van 1505-1508 werd een muur aan de westzijde gebouwd, voorzien van twee stadspoorten en een waterpoort, waarop de Lievevrouwepoort als gevangenis in gebruik bleef.

De stad op de grens van het Graafschap Zeeland, het Graafschap Vlaanderen en het Hertogdom Brabant ontwikkelde zich tot een belangrijke handelsstad en kende laken- en aardewerknijverheid. De huidige Oosterschelde was toen de Scheldemond en daarmee de toegang tot Antwerpen. De toegang tot de stad was echter niet eenvoudig: eerst moest men door een bochtige kreek varen, om uiteindelijk bij de gegraven Oude Haven uit te komen. Via de Lievevrouwenstraat kon van daaruit de Markt worden bereikt. Vanaf midden 14e eeuw werden er jaarlijks twee jaarmarkten gehouden, waarop Engels laken, wol, en meekrap werden verhandeld.

Garnizoensstad

Vanaf 1530 verminderde het belang van Bergen op Zoom als handelsstad. In dat jaar vond de Sint-Felixvloed plaats en hierna begon de Oosterschelde te verzanden en werd de Westerschelde geleidelijk de belangrijkste toegangsweg naar Antwerpen. Hierbij kwamen de troebelen van de Tachtigjarige Oorlog. In 1580 vond de zogenaamde Soldatenfurie plaats, waarbij veel kerkelijk bezit werd vernield door de Staatsgezinden. Bergen op Zoom nam een strategische positie in op de grens van noord en zuid, en toen Parmain 1588 vanuit het zuiden oprukte, trachtte hij de stad in te nemen door middel van het Beleg van Bergen op Zoom. Dit beleg werd uiteindelijk afgeslagen. Om bij herhaling van een beleg goed voorbereid te zijn, werden versterkingen aangelegd door Adriaen Anthonisz en David van Orliëns. Inderdaad belegerden de Spanjaarden, nu onder leiding van Spinola, in 1622 de stad opnieuw. Dit hernieuwde Beleg van Bergen op Zoom kon worden weerstaan door de versterkingen die vanuit zee werden aangevoerd. Het liedMerck toch hoe sterck van Adriaen Valerius is op dit beleg gebaseerd.

Bergen op Zoom was ondertussen getransformeerd van een handelsstad tot een garnizoensstad. Daarbij kwam dat ook de invloed van de markies sterk verminderde. Tussen 1698 en 1713 werden de vestingwerken ingrijpend gemoderniseerd door Menno van Coehoorn. De oude stadsmuren werden afgebroken en de vesting ging deel uitmaken van de West-Brabantse waterlinie. De Fransen konden, tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog in 1747, de La Pucelle (De Maagd) genoemde stad echter wel innemen. Dit betrof het Beleg van Bergen op Zoom van 1747. De stad werd verdedigd door de hoogbejaarde generaal Cronström. Grote delen van de stad werden bij de inname door de Fransen verwoest. Ook de Sint-Getrudiskerk liep daarbij zware schade op.

Een ontploffing in 1831, van kruitmagazijn "De Stoelemat", zorgde al evenzeer voor grote schade, nu in de omgeving van de Gevangenpoort.

In 1867 werd de vesting opgeheven en van 1868-1890 werd zij ontmanteld. Dit wil niet zeggen dat het garnizoen verdween. Er bleef nog lange tijd een aantal kazernes bestaan, en wel:

Aldus bleef ook enig militair erfgoed behouden.

In 2010 ontdekte een inwoner tijdens het graven in zijn tuin bij toeval een gedeelte van het onderaards gangenstelsel dat deel uitmaakte van het Ravelijn "Antwerpen". De gang is, voor zover bekend, het enige gangenstelsel naar een ontwerp van Menno van Coehoorn in Nederland dat nog intact is[3] en is samen met een ravelijn het enig overgebleven restant van de vestingwerken.

Nieuwe tijd

Economisch gezien waren, naast de handel, ook activiteiten als de meekrapindustrie en de pottenbakkerij van groot belang. De laatste vormde in de 17e en de 18e eeuw de belangrijkste activiteit. Ook de visserij was belangrijk, waaronder de weervisserij op ansjovis.

Bekend in het Bergen op Zoom van de 19e en 20e eeuw waren de hoveniers. Zij stamden vaak af van katholieke 'immigranten' uit de Vlaamse Kempen en de rest van West-Brabant, en vormden al sedert het einde van de 18e eeuw een bepaalde klasse in de stad. De Bergse hoveniers waren meestal kleinere boeren die zich toewijdden op de behoeften van de in de stad gelegerde militairen; een zeer divers assortiment aan groenten en fruit. Zij vergaarden veel kennis over het kweken van al deze gewassen tegelijkertijd, en hadden dus geen specialisatie, zoals bij de meeste boeren elders het geval was. Om deze kennis (vaak uit economisch oogpunt) binnen deze hoveniersfamilies te houden, vonden er bij voorkeur huwelijken tussen deze families onderling plaats. Op die wijze ontstond er een bepaalde stand binnen Bergen op Zoom, die zich later ook bezig hield met de oprichting van de R.K. Boerenbond Veiling en actief was in verscheidene onderlinge verenigingen en sociëteiten. De bekendste 'hoveniersfamilies' waren/zijn de families Franken, Verdult, Nuijten, Hopmans, Musters (met een oorsprong in het wijdverspreide Tilburgse geslacht Mutsaerts), Hagenaars, Crusio, Bruijs, Withagen, Van Inneveld en Dietvorst.

Ook de industrialisatie begon op gang te komen. Gieterij Asselbergs was de eerste van een reeks ijzergieterijen. Er verscheen een drietal suikerfabrieken, de eerste in 1863SA Sucreries de Breda et Berg-op-Zoom, sedert 1917 bekend als De Zeeland en in 1930gesloten. In 2015 is de De Zeeland veranderd naar een winkelcentrum. In 1899 kwam de Zuid-Nederlandsche Melasse-Spiritusfabriek en voorts was er nog een potas-raffinaderij. De opening van het spoorwegstation en de opheffing van de vesting, waardoor stadsuitbreidingsplannen mogelijk werden, zorgden eveneens voor economische impulsen.

Maar ondanks de ontwikkeling van enige industrie en aansluiting op het spoorwegennet, bleef Bergen op Zoom zich in landelijk opzicht duidelijk in de periferie bevinden. Een Engels reisverslag uit 1884 biedt een indruk door de ogen van die tijd: De historie van de beroemde belegering van 1749 deed ons halt houden bij Bergen op Zoom, een propere, saaie kleine stad met witte huizen om een schuine markt en de zware toren van de Sint-Gertrudiskerk, maar er was weinig de moeite van het bekijken waard en al snel vervolgden wij onze weg naar de rijke akkers van Zuid-Beveland.[4]

Van 1959 tot 1964 werd de Theodorushaven aangelegd en in de omgeving daarvan en ook daarbuiten verrees nieuwe industrie, zoals GE Plastics (1971) en Philip Morris (1980). In 1950 en 1964 werden delen van de Oude Haven gedempt en in 1960 wilde men een plan ten uitvoer brengen (Plan-Ranitz) om de binnenstad bereikbaar te maken voor het autoverkeer. Dit plan is niet geheel gerealiseerd, maar in 1970 is in het kader van dit plan de omgeving van de Gevangenpoort gesloopt, werd de Westersingel aangelegd en werden onder meer evenementenhal de Stoelemat en een groot aantal woningen gebouwd.[5]

Van groot belang zijn de uitvoering van de Deltawerken en de aanleg van het Schelde-Rijnkanaal (1975) geweest. Dit leidde tot de bouw van dammen als de Oesterdam (1979-1986) en de Markiezaatskade (1980-1983). Door dit alles was de open verbinding met de Oosterschelde verdwenen en ontstonden onder meer het Markiezaatsmeer, het Zoommeer en de Binnenschelde. Ondiepten als Molenplaat en Bergseplaat werden drooggelegd. De Molenplaat werd een natuurgebied en op de Bergseplaat kwam een woonwijk.

De bevrijding van Bergen op Zoom vond plaats op 27 oktober1944, door Canadese militairen. Bergen op Zoom heeft een Canadese militaire begraafplaats voor meer dan 1000 gesneuvelden.

Kerkelijke geschiedenis

De oudste kerk van Bergen op Zoom is de Sint-Gertrudiskerk. De devotie tot de Heilige Gertrudis stamt overigens van de Sint-Gertrudiskapel in het nabijgelegen Borgvliet.

Het bestaan van de Sint-Gertrudiskerk gaat terug tot de 13e eeuw, en deze werd verbouwd in 1350 om in 1428 tot kapittelkerk te worden verheven. Hierop werd de kerk herhaaldelijk vergroot, maar ook meerdere malen door brand en oorlogsgeweld verwoest. Van1580-1966 was de kerk in handen van de Hervormden. Vanaf 1987 werd het weer een katholieke kerk.

Protestantse kerken

In 1927 werd door de (hervormde) Evangelisatievereniging een kerkje gebouwd aan de Williamstraat 7. In 1966 werd dit een hervormde kerk, nadat de Sint-Gertrudiskerk werd verlaten. Uiteindelijk gingen de hervormden kerken in de -grotere- gereformeerde kerk. Het gebouw aan de Williamstraat is nu Kerkelijk Centrum "De Ark", terwijl ook de Chinese Protestantse gemeente er gebruik van maakt.

In 1891 werd een Gereformeerde kerk gebouwd aan de Moeregrebstraat. In 1928 verhuisde men naar een nieuw gebouw aan Bolwerk Zuid 134. In 1995 werd dit een Samen-op-Wegkerk, later PKN. De kerk heet nu: Ontmoetingskerk.

In 2010 betrokken de leden van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt de Emmauskerk, zie hieronder.

Verdere aan het protestantisme verwante religieuze groeperingen zijn de Nieuw-Apostolische kerk en de Jehova's Getuigen, welke kerken in verbouwde woonhuizen en dergelijke.

Katholieke kerken

  • Terwijl de centrale kerk dus na de Franse tijd in protestantse handen bleef, konden de katholieken in 1829 hun kerk van de Heilige Maagd Maria-Tenhemelopneming1987
  • De Sint-Antonius Abtkerk werd in 1865 gebouwd aan de Rembrandtstraat 52 te Nieuw-Borgvliet, nadat in 1864 aldaar een parochie was gesticht. In 1929 werd een nieuwe kerk gebouwd, die echter in 1944 door oorlogshandelingen werd verwoest. In 1951 werd een nieuwe kerk in basilicastijl2000 werd ze onttrokken aan de eredienst en uiteindelijk werd het een wijkcentrum.
  • De Martelaren van Gorcumkerk werd in 1905 gebouwd in neogotische stijl en was tevens een der eerste Christocentrische kerken. Architect was W. Vergouwen. In 1983 werd ze onttrokken aan de eredienst en in 1987
  • De Sint-Jozephkerk werd in 1913 gebouwd aan de Bredasestraat 3 in neogotische stijl. Architect was Jan Stuyt. In 1969 werd de kerk onttrokken aan de eredienst en in 1972
  • De Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdeskerk werd in 1928 gebouwd aan de Prins Bernhardlaan 66, in de wijk 't Fort, ten zuiden van de binnenstad, waar na 1910 een parochie was ontstaan. Ook hier is sprake van een Christocentrische kerk, nu met expressionistische en neoromano-byzantijnse kenmerken. Joseph Cuypers en Pierre Cuypers jr. waren de architecten.
  • De Heilig Hart van Jezuskerk werd in 1952 gebouwd aan het Piusplein, ten oosten van de binnenstad, in de stijl van de Bossche School. In 2014 werd de kerk onttrokken aan de eredienst.
  • De Goddelijke Voorzienigheidskerk werd in 1963 gebouwd aan de Van Heelulaan 73, in een woonwijk ten zuidoosten van de binnenstad. De kerk werd uitgevoerd in de stijl van het modernisme. In 2014 werd de kerk onttrokken aan de eredienst.
  • De Emmauskerk werd in 1967 gebouwd aan de Korenberg 90 in de nieuwbouwwijk Noordgeest. De kerk werd in 2006 gesloten en in 2010 verkocht aan de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, die weliswaar al geruime tijd een eigen gemeenschap vormden, doch nog geen kerkgebouw bezaten.

Joodse gemeenschap

Sinds begin 18e eeuw bestond in Bergen op Zoom een Joodse gemeenschap. Deze bezat sinds 1783 een begraafplaats en beschikte sinds 1832 over een synagoge.

Islam[bewerken]

Bergen op Zoom kent twee moskeeën:

  • De Moskee El-Feth van de Marokkaanse Islamitische Culturele Vereniging, gelegen op het adres Oude Stationsstraat 37/37a.
  • De Turkse ULU-moskee of Grote Moskee, aan de Van Heelulaan 77. Dit gebouw, voorzien van een minaret, werd ingewijd in 2009.

Kloosters

Tijdens de bloeitijd van Bergen op Zoom, van 1470-1530, vestigden zich ook MinderbroedersCellebroeders en Cellezusters in de stad. De reformatie maakte hier in 1580 een eind aan.

Vanaf de 19e eeuw zijn de volgende kloosters in Bergen op Zoom gevestigd geweest:

Bezienswaardigheden

De binnenstad van Bergen op Zoom herbergt tal van monumenten en een deel van de binnenstad is een beschermd stadsgezicht (met uitbreiding). De stadsplattegrond toont nog de ronde vorm van de stadsomwalling met aan de westelijke kant het havenkwartier. De haven werd echter gedeeltelijk gedempt. In totaal bezit de stad bijna 500 rijks- en gemeentemonumenten. Bergen op Zoom is lid van de Nederlandse Vereniging van Vestingsteden.

  • Het Markiezenhof is een laatgotisch stadspaleis en residentie van de Heren en later de Markiezen van Bergen op Zoom.
  • De Sint-Gertrudiskerk, die in 1972 bij een brand zware schade leed en waarvan de toren, de Peperbus, uitziet over de Grote Markt.
  • De Grote Markt, met een aantal historische panden aan dit plein.
  • Het Stadhuis van Bergen op Zoom, een laatgotisch gebouw aan de Grote Markt.
  • De Kerk van de Heilige Maagd Maria-Tenhemelopneming, Grote Markt 32, uit 1829, tegenwoordig Theater De Maagd.
  • De Synagoge, Koevoetstraat 39, uit 1832.
  • De Sint-Catharinakapel, Sint-Catharinaplein 25, uit 1895, is de kloosterkapel van de Franciscanessen van Bergen op Zoom. De neogotische kapel werd ontworpen door . In 1933 werd de kapel vergroot door J. en W. Oomen. De kapel bevat glas-in-loodramen uit de stichtingstijd en uit 1933.
  • De Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdeskerk, Prins Bernhardlaan 66, uit 1928
  • De Ontmoetingskerk, Bolwerk Zuid 134, uit 1928
  • De Antonius Abtkerk, Rembrandtstraat 25, uit 1951
  • De Heilig Hart van Jezuskerk aan het Piusplein, uit 1952
  • De Lievevrouwepoort of Gevangenpoort, een overblijfsel van de stadsomwalling uit het midden van de 14e eeuw.
  • Het Voormalig Gouvernement, Wouwsestraat 1, werd gebouwd in 16681770-1771. Van 1819-1922 fungeerde het als militair hospitaal. Het 13e-eeuwse Sint-Maartensgasthuis werd in 1771 gesloopt en op de plaats daarvan kwam een tuin. In 1993 werd het Gouvernementshuis verbouwd tot winkelcentrum. De tuin werd een plein, waarin de omtrekken van het voormalig Gasthuis werden aangebracht.
  • Het Spuihuis, Spui 1, is een neoclassicistisch gebouw uit 1838. Het bevat nog restanten van een pakhuis, dat de voorganger van het Spuihuis was, zoals een kelder. Het Spuihuis werd bewoond door de havenmeester. In het torentje hangt een klok uit 1723.
  • Tot het militair erfgoed behoren:
    • De Blokstallen, Blokstallen 2-3, uit 17451764, waren militaire paardenstallen, tegenwoordig in gebruik voor het stadsarchief resp. het jongerenwerk.
    • Het Groot Arsenaal, Rijtuigweg 44, stamt uit 1764. Het kent classicistische poortomlijstingen met wapens, vaandels en krijgsattributen daarop afgebeeld. In 1880 werd het verbouwd tot kazerne en tegenwoordig is het een militaire opslagplaats.
    • Het Voormalig Provoosthuis, Potterstraat 36, stamt uit 1783. Hier woonde de provoost van het garnizoen en bevond zich de krijgsraad en de militaire strafgevangenis. Het gebouw heeft een classicistische voorgevel. In1814 werd het een magazijn voor de genie en tegenwoordig zetelt er horeca.
    • Het Klein Arsenaal aan de Dubbelstraat is een munitie-opslagplaats uit 1787. Na 1880 was het een kazerne en tegenwoordig is het weer een militaire opslagplaats.
    • Het Ravelijn Op den Zoom aan de Corneel Slootmanslaan stamt uit 1702 en maakte deel uit van de door Menno van Coehoorn aangelegde vestingwerken volgens het Nieuwnederlands vestingstelsel. Er zijn nogkazematten, een kanonkelder en een geschutsgalerij. Het Ravelijn werd in 1931-19321977 een openbaar plantsoen.
    • De Waterschans of Zuydfort bevindt zich bij de Kop van 't Hooft. De voorwal is nog te herkennen aan de gebogen loop. Samen met het verdwenen Noordfort beschermde het de haven. De voorwal maakt tegenwoordig deel uit van de dijk van de Binnenschelde.
  • De Stadspomp op de Grote Markt, een hardstenen pomp uit 1864 en afkomstig uit Frankrijk of België. Ze werd in 1985
  • Een neogotische smeedijzeren fontein uit 1914, aan de Burgemeester Stulemeijerlaan.
  • De woonhuizen van vóór het Beleg van Bergen op Zoom van 1588 zijn onder andere:
    • Grote Markt 5 of Onse Vrouwe heeft een eiken houtskelet uit het 2e kwart van de 15e eeuw. De voorgevel was oorspronkelijk uitgevoerd in Gobertangesteen. Van 1966-1968 werd het pand gerestaureerd en zijn de resten van de oude gevel weer zichtbaar gemaakt. Het Mariabeeld onder een gotisch baldakijn werd vernieuwd.
    • Grote Markt 38 of De Draak is een van oorsprong 14e-eeuws pand waarvan de huidige aanblik uit ongeveer 1500 stamt en slechts de kelders nog de oorspronkelijke ouderdom bezitten. Het was vanouds een herberg en is tegenwoordig een hotel.
    • Grote Markt 37 of Sint-Joris is een oorspronkelijk 14e-eeuws huis dat in 1498 in opdracht van kaarsenmaker Jan Herrents werd verbouwd en vergroot. Er zijn nog resten van 14e-eeuws muurwerk en een kelder met 15e-eeuws tongewelf aan te treffen. De mansardekap en de lijstgevel dateren van 1897 en de verbouwing is uitgevoerd in opdracht van beeldhouwer Henricus Franciscus Antheunis, die ook mogelijk de gevelornamenten heeft vervaardigd. In 1918 werd het huis bij het naastgelegen hotel gevoegd. In de jaren 30 van de 20e eeuw werd het achterhuis voorzien van een art deco-trappenhuis. Tussen 1961 en 1985 werd het huis stapsgewijs gerestaureerd.
    • Fortuinstraat 3 of De Balanche bezit nog laat-middeleeuwse kelders en balklagen, en 14e-eeuwse muurgedeelten. De lijstgevel is midden-19e-eeuws.
    • Potterstraat 10 of De Kerre heeft een laat-17e-eeuwse stenen voorgevel die in het tweede kwart van de 19e eeuw verbouwd is in empirestijl. Het voorhuis is omstreeks 1443 vernieuwd en het achterhuis dateert uit de 16e eeuw.
    • Potterstraat 22 of De Grote en de Kleine Linde werd in 1494 verlengd en van een extra verdieping voorzien.
    • Grote Markt 11 of Huis Cranenborch heeft een zijgevel van baksteen met speklagen van zandsteen. Het werd omstreeks 1500 ingrijpend verbouwd.
  • Ná de belegering werden nieuwe huizen gebouwd, zoals:
    • Fortuinstraat 15 of De Crone uit 1590
    • Steenbergsestraat 9 of De Violette uit 1593 met deuromlijsting uit 1886
    • Noordzijde Haven 60 of Valkenborch is een hoekhuis uit 1600.
    • Lievevrouwestraat 56 of Oostenrijck uit 1600, met maniëristische1897. Bij de restauratie van 1975 werd een beschildering uit de 17e eeuw ontdekt.
    • Grote Markt 36 of De Borse is in 1612 gebouwd in steen, waarbij de kelders van het voorgaande 15e-eeuwse huis werden behouden. Sinds 1980 een onderdeel van Hotel De Draak.
    • Zuidzijde Haven 11 of Arcke Noë heeft een gevel uit het begin van de 17e eeuw, waarin drie gevelstenen zijn aangebracht. Het huis heeft een grote kelder.
    • verdere 17e-eeuwse gevels vindt men aan Zuidzijde Haven 27 (De Hollandsche Thuijn); Goudenbloemstraat 21-23 (Kleine Hof) uit 1626; Dubbelstraat 4-4a of Lammeken uit 1647; Sint-Catharinaplein 1-1c of Groot Rennenberg uit 1648; en Zuidzijde Haven 79 of De Ooievaar uit 1652. Voorts Lievevrouwestraat 29 of Het Wapen van Engeland met een baksteengevel uit 1629; Lievevrouwestraat 41 of Londen, uit 1647, een voormalige brouwerij met een maniëristische voorgevel waarop onder meer symbolen van het brouwersvak zijn aangebracht.
  • Een volgende golf van bouw vond plaats na de belegering door de Fransen in 1747, met onder andere: Hoogstraat 13 of Halle van Diest; Kerkstraat 23-31; Grote Markt 19 of De Engel uit 1755. Hoogstraat 23-28 of De Grote en de Kleine Wildeman toont de samenvoeging van twee huizen in de tweede helft van de 18e eeuw.
  • Molens in Bergen op Zoom zijn:
  • Tot de industriële monumenten behoren onder andere:
    • Complex van de Sucreries de Breda et de Berg op Zoom, een voormalige suikerfabriek, Zuidzijde Haven 39-41.
    • Het voormalige gebouw van de Beiersche Bierbrouwerij Asselbergs-Van Heijst & Co, Brouwerijbaan 24, uit 1873. Voor de bouw werden materialen van de geslechte vestingwerken gebruikt.
    • Loods en kantoorgebouw van IJzergieterij Rogier Nerincx Richter, Wattweg 3, uit 1882 respectievelijk 1900.
    • Pakhuis annex Koffiebranderij, Beursplein 5-5a, uit 1884 en vergroot in 1907
    • Pakhuis, Potterstraat 51, met gevel uit 1901.
    • Zeepfabriek Adriaan Vermeulen, Wassenaarstraat 40-40a, uit 1907
    • Destilleerderij, Potterstraat 13-13a, uit begin 20e eeuw.
    • Watertoren, uit 1899, aan de Parallelweg.
    • Filtergebouw van het Waterleidingbedrijf uit 1899, Mondafseweg 68-72.

Musea

In het Markiezenhof bevindt zich het Historisch Centrum Bergen op Zoom. Het bezit onder meer een historisch museum, een kermismuseum en een spotprentenmuseum.