Dutch English French Spanish

Beekbergen

Beekbergen (NedersaksischBekbargen of Beekbargen) is een dorp en voormalige gemeente in de Gelderse gemeente Apeldoorn. Het dorp, dat op de rand van de Veluwe en net ten zuiden van de plaats Apeldoorn ligt, wordt buiten de bebouwde kom gedomineerd door bossen in het zuidwesten en landbouwgrond in het noordoosten. In de buiten de bebouwde kom bevindt zich naast de buurtschap Engeland een aantal bungalowparken, campings en hotels en daarnaast ook verscheidene verzorgings/verpleegtehuizen o.a.de Vier Dorpen en Het Zonnehuis (Zorggroep Apeldoorn ) en een daklozenopvang, genaamd Het Hoogeland. Begin 2015 telde Beekbergen 4.454 inwoners. Van dat aantal woonde drie vijfde in de kern van het dorp.

Centraal door de kern van Beekbergen loopt de Dorpstraat, waarlangs zich het merendeel van de winkels en horecagelegenheden bevindt. Ook bevindt zich daar het multifunctioneel centrum "De Hoge Weye", waarin onder andere de enige basisschool van het dorp, de uit 1818 stammende OBS Beekbergen, is gevestigd.[3] In de buurt van de Dorpstraat bevindt zich eveneens de uit de 15e eeuw stammende Hervormde kerk.[4] Ook is er in Beekbergen nog een kerk van de Gereformeerde Gemeente Beekbergen, de Eben-Haëzerkerk, waarvan het gebouw stamt uit 1960.[5]

Beekbergen is ontstaan in de 11e eeuw na de bouw van een voorganger van de huidige Hervormde kerk. In 1860 begon een bevolkingsgroei die zich voornamelijk in de 20e eeuw voordeed. Die bevolkingsgroei heeft het dorp zijn huidige omvang gegeven.

Geschiedenis

Vroegste bewoning

In het neolithicum kreeg de Veluwe rond 5.000 v. Chr. zijn eerste permanente bewoners. Die bewoners leefden van de landbouw en brandden oerbossen af om daar akkers te beginnen. Doordat er geen mest werd gebruikt raakten de akkers snel uitgeput en wanneer dat gebeurde trokken de bewoners verder om elders hetzelfde te doen. De uitgeputte en verlaten akkers werden vervolgens heidevelden. Men ging in het gebied zo te werk tot 450 n. Chr. Overblijfselen van die bewoning die in Beekbergen zijn gevonden, zijn twee grafheuvels uit het neolithicium of uit de bronstijd, beide in het bos van Beekbergen, en een urnenveld bij de huidige Achterste Kerkweg uit de periode tussen 1.100 v.Chr. en 12 v.Chr.[6]

Middeleeuwen

In 450 n. Chr. in de vroege middeleeuwen begonnen de boeren langzaam anders te werk te gaan; de heiden werden intensiever gebruikt en er ontstonden akkercomplexen. Die akkercomplexen bestonden uit landen die afwisselend dienst deden als akker en als weidegrond voor het vee. Mede door een extreme droogte die in de 10e en 11e eeuw plaatsvond en de wijze van landbouw ontstonden grote zandverstuivingen. Daarnaast werd het bos ook aangetast door het vee, dat vrij in het bos rondliep. In de latere middeleeuwen ontdekte men dat dat de zandverstuivingen veroorzaakte en liet men de dieren minder door het bos lopen. In de vroege middeleeuwen leefden de bewoners naast van de landbouw en de jacht ook van de ijzerwinning op de Veluwe. In Beekbergen zijn diverse voormalige ijzerwinningskuilen gevonden.[7]

Ook werd in de middeleeuwen de kerk van Beekbergen gebouwd. In de 11e eeuw werd er in opdracht van een kapittel een tufstenen kerk gebouwd in Beekbergen op de locatie waar zich de huidige kerk bevindt. De kerk is mogelijk echter eerder gebouwd; zo zou de missionaris Liudger (742-809) in Beekbergen een houten kerk hebben gebouwd. Daarvoor is echter geen archeologisch bewijs gevonden. Door de bouw van de kerk aan de huidige Dorpstraat ontstond zich langs die weg een lintnederzetting ten zuiden van een andere op dat moment bestaande lintnederzetting langs de Oude Beek.[8] In de nederzetting ontstond in de middeleeuwen een basisschool die nauw samenwerkte met de kerk van het dorp.[9]

De eerst bekende vermelding van het dorp Beekbergen met zijn naam komt uit de hoge middeleeuwen. Zo vond er volgens een geschrift uit 1243 een rechtszitting plaats op de Uchtelerberg in de buurt van Beekbergen (in het geschrift Bekberge genoemd). De precieze Latijnse tekst is: "in monte, qui dicitur Uchtelerberg, prope Bekberge". Op die berg in Ugchelen bevond zich het Herenhul, waar tot de 17e eeuw werd rechtgesproken.[9]In dezelfde eeuw werd begonnen met de ontginning van de moerasbossen die zich in het beekdal van de Oude Beek bevonden. De grond werd gebruikt als weiland voor runderen en door de ontginning groeide de totale oppervlakte van de landbouwgrond.

Enken

Later in de middeleeuwen werden de akkers nog intensiever gebruikt door middel van plaggenbemesting. Om het mest op te slaan gingen de schapenkooien tevens dienst doen alspotstal. Door de bemesting konden akkers permanent gebruikt worden en waren landbouwers niet meer gedwongen bossen te kappen. De akkers groeiden uit tot een groot complex, een enk. Beekbergen en zijn omgeving werden lange tijd gedomineerd door die enk. De enk omvatte Beekbergen, het naastgelegen dorp Lieren en de directe omgeving van die dorpen. De enk werd in het zuidwesten begrensd door een hakhouten enkwal om het ontsnappen van vee, het binnendringen van wild en het binnendringen van opstuivend zand te voorkomen.

Landbouwers beheerden de enken gezamenlijk en zij waren georganiseerd in een marke, de Lierder Mark, waarvan het grondgebied verder liep tot in de huidige gemeente Voorst. Naast op economisch gebied waren de landbouwers ook religieus georganiseerd in een kerspel, die Beekbergen, Lieren, Loenen en Hoenderloo omvatte. De belangrijkste kerk van dat kerspel bevond zich in Beekbergen. Loenen splitste zich echter in 1653 af van het kerspel en ging een eigen kerspel vormen.

Papierindustrie

Vanaf het einde van de 16e eeuw begon de papierindustrie zich op de Veluwe te ontwikkelen. Het papier moest toen namelijk zelf worden gemaakt, omdat door de toen heersende oorlogen de aanvoer van papier werd belemmerd. In het huidige Beekbergen verschenen langs de Oude Beek drie watermolens, de Ruitersmolen, die rond het jaar 1693 werd gebouwd, de Tullekensmolen uit 1535 en nog een molen met dezelfde naam, die voor 1680 werd gebouwd. Alle drie de molens dienden vanaf hun ingebruikname als papiermolen op de uit 1535 stammende Tullekensmolen na; die molen werd in 1601 omgebouwd tot een papiermolen en diende daarvóór als korenmolen.[10] Door de uitvinding van de stoommachine namen papierfabrieken de werkzaamheden eind 19e eeuw over. Veel watermolens op de Veluwe werden toen omgebouwd tot wasserijen.

De Ruitersmolen is in de jaren 80 overgenomen door de stichting Ruitersmolen en, na jaren van verval, weer in oude luister hersteld.

Verandering van omgeving

In de 19e eeuw werd begonnen met herbebossing om zo de zandverstuivingen die in de vroege middeleeuwen waren ontstaan terug te dringen. De zandverstuivingen waren ontstaan door de manier van landbouwen en hadden in 1850 hun hoogtepunt op de Veluwe bereikt. De herbebossing werd gefinancierd door rijke particulieren, maar later vooral door de Nederlandsche Heidemaatschappij. Ook werd in 1907 en 1908 op een zandverstuiving het landgoed Spelderholt opgericht. In de negentiende eeuw werd tegen die trend in echter ook een belangrijk broekbos, het Beekbergerwoud, ontgonnen, dat tot zijn ontginning in 1871 bekendstond als het enige overgebleven oerbos van Nederland. In 1880 werd kunstmest geïntroduceerd en daardoor was het niet meer nodig om op de heiden schapen te houden. De kunstmest zorgde tevens voor een definitief einde aan de marken, doordat ook andere gebieden buiten de enk geschikt werden voor landbouw. De grond van de Lierder Mark werd verkocht aan grootgrondbezitters en rijke burgers. Doordat er meer grond beschikbaar kwam werden akkers op de enk omgevormd tot graslanden en bossen.

Ontwikkeling tot dorp

In de 19e eeuw werd eveneens een grote bijdrage geleverd aan de infrastructuur in Beekbergen en zijn omgeving die onder andere zorgde voor de bevolkingsgroei die in de jaren 1860 op gang kwam. Voorbeelden daarvan zijn de aanleg van het Apeldoorns Kanaalin 1868 en de aanleg van een spoorweg in 1887. Daarnaast werden ook veel zandwegen verhard. Door die verbeteringen van de infrastructuur veranderde Beekbergen in de 20e eeuw van een dorp bestaande uit enkele hoofdwegen met daarlangs boerderijen tot een dorp met een dorpskern en voorzieningen. Ook bevond zich toen langs de Oude Beek een tweede nederzetting in het huidige grondgebied van Beekbergen die gescheiden was van de nederzetting langs de Dorpstraat. In de 20e eeuw groeiden de twee nederzettingen aan elkaar.

Ook werd Beekbergen een populaire plaats voor medische instellingen, verzorgingstehuizen en tehuizen voor verslaafden door zijn ligging aan de rand van de Veluwe. De natuurlijke omgeving was namelijk goed voor patiënten. Dat gold vooral voor mensen mettuberculose of zenuwziekten. Bovendien was de grond buiten de stad goedkoper. In 1929 werd in Beekbergen het verpleeghuis Het Zonnehuis opgericht en het was daarmee het eerste verpleeghuis van Nederland.[11] Na de Tweede Wereldoorlog deed zich vervolgens een belangrijke verandering van het landbouwgebied voor; in 1954 werd begonnen met een herverkaveling, waarbij percelen werden herverdeeld. Tijdens die herverdeling werd tevens het wegennet licht gewijzigd.

Ook ontwikkelde zich in de 20e eeuw het toerisme in Beekbergen, tevens door de ligging aan de rand van de Veluwe. Eerst waren er in Beekbergen vooral pensions voor rijkere burgers, maar na de Tweede Wereldoorlog kwamen er ook veel vakantieparken, campings en hotels. Vervolgens verdwenen de meeste pensions. Het gebied is vooral populair onder binnenlandse vakantiegangers. De ANWB hielp de toeristensector door het aanleggen van wandel- en fietspaden en het plaatsen van bewegwijzering. Bovendien zorgde de oprichting van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij, die onder andere opereert vanaf Station Beekbergen, in 1975 voor een groei van het toerisme. Datzelfde geldt voor de Veluwse Avondmarkt, die ook rond die tijd werd opgericht.[12] Deze braderie, die wekelijks in de zomermaanden wordt georganiseerd, trekt tussen 8.000 en 15.000 mensen.[13]

In de tweede helft van de 20e eeuw overkwam Beekbergen zijn grootste bevolkingsgroei, door het planmatig bouwen van rijtjeshuizen en twee-onder-een-kapwoningen.