Dutch English French Spanish

Taxi Den Haag naar Enkhuizen

Taxi Den Haag naar Enkhuizen ( uitspraak(info / uitleg)) is een stad en gemeente in de regio West-Friesland, in de Nederlandse provincie Noord-Holland. De gemeente ligt aan zowel het Markermeer als het IJsselmeer. In de gemeente wonen 18.468 inwoners op een oppervlakte van 116,04 km² (waarvan 103,62 km² water) (1 januari 2016, bron: CBS). De gemeente Enkhuizen omvat naast de gelijknamige stad ook het dorp Oosterdijk en buurtschapWesteinde.

Enkhuizen staat bekend als de 'Haringstad' vanwege haar verleden als centrum voor de haringvisserij. De stad is, onder meer vanwege de watersport, een belangrijk toeristisch centrum (jachthavens,SprookjeswonderlandZuiderzeemuseum). Daarnaast telt het stadje internationaal vermaarde zaadbedrijven en tuinbouw, alsmede een cluster van kunststofindustrie. In Enkhuizen wordt nog Enkhuizens gesproken, eenWest-Friesdialect.

Geschiedenis[]

Reeds in de bronstijd was er nabij het latere Enkhuizen een nederzetting aanwezig. Bij archeologische opgravingen in 2009 zijn hiervan onder meer boerderijen en een grafheuvel teruggevonden die dateren uit 1575-1200 v.Chr.[1] Er is echter geen sprake van continue bewoning.

Enkhuizen begon haar bestaan in de Middeleeuwen als haven- en vissersdorp. Op 9 april 1356 verleende Graaf Willem V Enkhuizen stadsrechten naar het model van Medemblik dat in 1289 stadsrechten kreeg, en werd het verenigd met het naburige dorp Gommerkerspel, waarvan de kern ongeveer op de plaats van de huidige Wester- of Sint-Gomaruskerk moet hebben gelegen. Buitendijks lag nog het "Oostdorp Enkhuizen" dat waarschijnlijk verdronk bij de stormvloed van 1421. In 1422 kregen de bewoners toestemming de restanten van de buitendijks gelegen kerk op te breken en binnendijks een nieuwe kerk te bouwen, de huidige Zuider- of Sint-Pancraskerk. Enige tijd later werd ook begonnen met de bouw van de Westerkerk, en in de wedloop om de grootste en mooiste kerk te bouwen, kwam duidelijk tot uitdrukking hoezeer de vissers van Enkhuizen en de landbouwers van het voormalige Gommerkerspel nog gescheiden gemeenschappen waren. In de 14e eeuw was ook de eerste haven gegraven, waarvan de huidige Zuider Havendijk nog is overgebleven. In de 15e en 16e eeuw werd overgegaan tot uitbreiding van de havens en de aanleg van vestingwerken. Deze vestingwerken zouden na een grote stadsuitbreiding aan het einde van de 16e eeuw de vorm krijgen waarin ze nog steeds duidelijk zichtbaar zijn in de stad.

De Reformatie en het begin van de Opstand vormden de opmaat tot de bloeitijd van Enkhuizen. In 1572 schaarde Enkhuizen zich als een van de eerste Hollandse steden achter de Prins van Oranje. Daarbij verkregen de calvinistische 'hardliners' een vrij grote invloed. Op 25 juni 1572 werd door de calvinistische geuzen van Diederik Sonoy, die juist tot burgemeester van Enkhuizen was benoemd, een aantal Alkmaarse franciscaner geestelijken in Enkhuizen na martelingen en gruwelijke verminkingen gedood door ophanging. Deze groep zou later de martelaren van Alkmaar worden genoemd. Als beloning voor het zich achter de Prins scharen kreeg Enkhuizen in 1573 het zogeheten paalkistrecht, dat het overnam van het toen nog steeds koningsgezinde Amsterdam. Dit lucratieve privilege hield in dat Enkhuizen de betonning op de gehele Zuiderzee mocht verzorgen, en als tegenprestatie belasting mocht heffen van alle schepen op de Zuiderzee.

De 17e eeuw was de bloeitijd van Enkhuizen. De stad telde de grootste haringvloot van de Nederlanden, en bezat tevens een kamer van de VOC. Ook de West-Indische Compagnie was in de stad vertegenwoordigd. Door handel op de OostzeelandenEngeland, West-Afrika en Indië werd Enkhuizen rijk. De stad telde zo'n 25.000 inwoners, aanzienlijk meer dan het huidige aantal. In 1671 kwam de straatweg tussen Enkhuizen en Hoorn gereed, de eerste in het gewest Holland, waarmee de verbinding met het achterland aanzienlijk verbeterde.

Eind 17e eeuw trad het verval in. De oorlogen met Engeland, het verzanden van de havenmond en de concentratie van handel op Amsterdam zorgden ervoor dat Enkhuizen een van de sluimerende verstilde stadjes aan de Zuiderzee werd. Door de economische neergang daalde de bevolking sterk. De stadsuitlegging van de 16e eeuw bleek veel te ambitieus, en grote delen van de stad binnen de vestingwerken bleven onbebouwd. Tussen 1650 en 1850 daalde de bevolking van 22.000 naar 5.400 inwoners. Tussen 1750 en 1850 verdwenen hierdoor ook ongeveer 1600 huizen in de stad, zodat deze sterk inkromp; hele gebieden veranderden in weiland of moestuin.[2]

Na aanleg van de spoorlijn Zaandam - Enkhuizen naar Amsterdam (waarmee ook de Veerdienst Enkhuizen - Stavoren naar Stavoren en de spoorlijn Stavoren - Leeuwarden tot stand kwamen), bloeide de stad weer op. Met de aanleg van de Afsluitdijk ging uiteindelijk wel de haringvisserij verloren, hoewel er nog lange tijd op andere soorten in het toen ontstane IJsselmeer kon worden gevist. Na de Tweede Wereldoorlog nam ook de bevolking weer toe en werd de bebouwing van Enkhuizen voor het eerst buiten de 17e-eeuwse omwalling uitgebreid.

Tegenwoordig moet de stad het voornamelijk hebben van het (watersport)toerisme en de florerende zaadteelt en bloembollenhandel.

Bezienswaardigheden[]

uit de 16e eeuw dateren en goed bewaard zijn gebleven. Bekend zijn de Drommedaris (1540; in 1649 verhoogd en van een toren voorzien) met klokkenspel van Pieter Hemony, daterend uit de jaren 1671-1677, de laat-gotischeZuider- of Pancraskerk, uit de 15de en 16e eeuw, met indrukwekkende toren, waarin klokkenspel van de gebroeders Hemony, de Wester- of Sint-Gommaruskerk, uit de 15de en 16e eeuw, met aangebouwde librije, waarin een 17e-eeuws interieur en het stadhuis (1686-1688), ontworpen door Steven Vennecool, met fraaie interieurs.

Het Snouck van Loosenpark daterend uit 1897 is één van de eerste sociale woningbouwprojecten van Nederland. Dit werd gefinancierd uit het nalatenschap van de laatste erfgename van een bekende Enkhuizerpatricische familie waaraan het park tevens de naam ontleent. Voorts zijn er de waterpoorten Oudegouwsboom en Boerenboom (beide daterend uit de 17e eeuw), de stadsgevangenis (1612), de Waag (vroeg-renaissance) uit 1559 en het Snouck van Loosenhuis uit 1786.